Moedermelk
Om geïnfecteerd te raken met het HIV virus is direct contact tussen de lichaamsvloeistoffen van de geïnfecteerde persoon die HIV bevatten (bloed, Vaginaal vocht, Sperma, moedermelk) en de lichaamsvloeistoffen van de te besmetten persoon nodig. Door dit directe contact kan het HIV virus zich verplaatsen van de ene persoon naar de andere. De andere persoon is nu ook besmet met HIV. Het HIV virus kan zich ook op bijvoorbeeld vuile injectienaalden bevinden. Als deze naalden in contact komen met de lichaamsvloeistoffen van een persoon is het ook mogelijk om besmet te raken.
Het HIV virus in de bloedbaan
Het HIV virus is dus overdraagbaar door elk directe contact tussen het HIV virus en de lichaamsvloeistoffen van een persoon. Omdat het virus zich ook in het vaginale vocht en sperma bevindt behoort het HIV virus ook tot de SOA’s. Het is dus een seksueel overdraagbare aandoening.
Het virus moet uiteindelijk in de bloedbaan terecht komen anders zal het zich niet kunnen gaan vermenigvuldigen en sterft het virus af. Dit betekent dat als het virus wel het lichaam binnendringt maar niet uiteindelijk in het bloed terecht komt je dus niet besmet bent met HIV.
HIV kan via de volgende manieren overgedragen worden van de ene persoon op de andere: