Aids en HIV.nl, alles over Aids

Hoe werkt het afweersysteem? AIDS

Om het lichaam van een persoon te beschermen tegen ziektes bezit het lichaam over het afweersysteem, ook wel immuunsysteem genoemd. Dit systeem zorgt er dag en nacht voor dat ziekteverwekkers het lichaam niet binnen kunnen komen en als ze dat toch lukt dat ze vernietigd worden. Ziekteverwekkers worden ingedeeld in drie groepen, namelijk:

  • Bacteriën
  • Virussen
  • Schimmels

    Het lichaam zorgt er dus met dit systeem voor dat het lichaam niet ziek wordt. Het afweersysteem werkt op verschillende manieren door gebruik te maken van drie verschillende subsystemen, namelijk:

  • Fysieke barrière
  • Algemene afweer
  • Specifieke afweer

    Fysieke barrière

    De fysieke barrière vormt de grens tussen het inwendige en uitwendige milieu. Het is het eerste afweersysteem waar ziekteverwekkers mee in aanraking komen als zij het lichaam willen binnendringen. Het doel van de fysieke barrière is het er voor zorgen dat de ziekteverwekkers het lichaam niet kunnen binnendringen. Want als de ziekteverwekkers het lichaam niet in kunnen komen kunnen ze ook geen schade aanrichten. Het lichaam probeert de ziekteverwekkers buiten te houden door gebruik te maken van verschillende verdedigingslinies.

    De huid

    De huid zorgt ervoor dat ziekteverwekkers niet binnen kunnen komen. Immers de huid is een grens tussen het inwendige en het uitwendige milieu die geen stoffen van buitenaf het lichaam laat binnendringen. Dit omdat de hoornlaag een ondoordringbare laag dode cellen is en zich op de huid onschadelijke bacteriën bevinden die de schadelijke bacteriën verdringen. Ook bevat de huid talgkliertjes die talg produceren en deze talg belemmert de bacteriegroei en houdt de huid ondoordringbaar.

    De huid
    De huid

    Longen en Darmen

    De darmen en de longen zijn aan de binnenkant bekleed met slijmvliezen. Deze slijmvliezen vangen ziekteverwekkers op en worden vervolgens via de trilharen afgevoerd naar de keelholten. Het slijm in de slijmvliezen bevatten bacterie dodende stoffen waardoor deze zich niet verder in het lichaam kunnen verspreiden.

    Speeksel

    Speeksel bevat het enzym lysozym wat de celwanden van bacteriën afbreekt.

    Maagzuur

    Het maagzuur in de maag doodt veel bacteriën omdat deze slecht tegen een zuur milieu kunnen.

    Algemene afweer

    De algemene afweer is het deel van het afweersysteem wat allerlei soorten ziekteverwekkers kan aanpakken, dit in tegenstelling tot de specifieke afweer die zich maar op één ziekteverwekker kan concentreren. De algemene afweer kan zich dus richten op meerdere ziekteverwekkers maar kan ze niet allemaal compleet verwijderen omdat ze soms in te grote aantallen aanwezig zijn (infectieziekten). Deze kunnen alleen door de specifieke afweer worden bestreden. De algemene afweer werkt door middel van witte bloedcellen (leukocyten) die de ziekteverwekkers vernietigen. De witte bloedcellen gaan eerst op zoek naar de ziekeverwekkers om ze vervolgens te vernietigen op verschillende manieren. De algemene afweer werkt dus tegen alles wat lichaamsvreemd is.

    Als er op het lichaam een wond bevind kunnen ziekteverwekkers daardoor binnendringen, immers de huid is daar opengescheurd en houdt deze ziekteverwekkers dus niet meer tegen. Als deze ziekteverwekkers in de wond komen gaan ze daar giftige stoffen afgeven. De mestcellen (leukocyten) die zich in de omgeving bevinden die beschadigd zijn door de wond gaan Histamine afgeven. Deze stof zorgt voor een plaatselijke verwijding van de bloedvaten en grotere doorlaatbaarheid van de haarvaten, waardoor meer "hulptroepen" door de wanden van de haarvaten naar de geïnfecteerde cellen kunnen worden aangevoerd. Door de vaatverwijding ontstaat de rode kleur en wat verdikking om een wond. De soort hulptroepen die komen hangen af van de soort ziekteverwekker wat het lichaam is binnengetreden:

  • Virussen: De "natural" killer cel
  • Bacteriën en schimmels: Fagocyten

    Deze hulptroepen worden aangetrokken door de signaalstoffen van de mestcellen. Ze veranderen van vorm om door de openingen in de haarvaten te komen. Vervolgens vallen de hulptroepen de ziekteverwekkers aan. De hulptroepen kunnen de ziekteverwekkers herkennen aan de antigenen. Dit zijn stofspecifieke eiwitten die zich op het celmembraan van de ziekteverwekker bevinden. De hulptroepen bevinden zich overal in het lichaam waardoor het mogelijk is dat waar de ziekteverwekker zich ook bevindt deze bestreden kan worden door een "hulptroep".

    De "natural" killer cel

    De "natural" killer cel heeft als doel het vernietigen van hele lichaamscellen die geïnfecteerd zijn door virussen of afwijken van de standaard zoals tumorcellen. Omdat virussen zich direct in de cel plaatsen zijn deze niet bereikbaar voor fagocyten, deze kunnen alleen bacteriën en schimmels doden. De "natural" killer cel herkent de zieke cel doordat er eiwitresten van het virus achterblijven op het celmembraan, de antigenen. Zodra hij de cel heeft herkend prikt hij de cel lek met het eiwit perforine. De cel sterft vervolgens af.

    De Fagocyten

    De Fagocyten kunnen we onderverdelen in monocyten/macrofagen en Granulocyten. Monocyten zijn witte bloedcellen die ziekteverwekkers kunnen vernietigen door ze op te eten. Zodra een monocyt uit de bloedsomloop treedt wordt het een macrofaag genoemd. Zodra de macrofaag de ziekteverwekker heeft herkend aan zijn antigeen vormt hij zich om de ziekteverwekker. Vervolgens laten de lysosomen hun enzymen los op de ziekteverwekker. De ziekteverwekker wordt afgebroken en de restanten worden afgestoten. De macrofaag kan nu een nieuwe ziekteverwekker gaan vernietigen. Een Granulocyt werkt hetzelfde, het enige verschil is dat deze maar één ziekteverwekker kan vernietigen omdat hij hierna zelf sterft.

    Koorts

    De lichaamstemperatuur wordt verhoogd tot bijvoorbeeld 39 graden Celsius, doordat het temperatuurcentrum een hogere normtemperatuur instelt. Door de hogere temperatuur gaan enzymprocessen sneller, waardoor de effectiviteit van de fagocytose verbetert.

    Specifieke afweer

    De specifieke afweer is het afweersysteem wat specifiek tegen één ziekteverwekker actief is. Bacteriën en virussen kunnen zich soms zeer snel vermenigvuldigen waardoor er een infectieziekte ontstaat. Als dit gebeurt, is de algemene afweer niet meer in staat de ziekteverwekker voldoende te bestrijden en komt de specifieke afweer in actie. Deze specifieke afweer richt zich dan alleen op die ziekteverwekker en is zo in staat deze te vernietigen. Er ontstaat namelijk een immuunreactie waardoor er heel snel heel veel ziekteverwekkerbestrijders worden aangemaakt waardoor de ziekteverwekkers snel kunnen worden opgeruimd.

    De specifieke afweer maakt gebruik van Lymfocyten. Lymfocyten zijn witte bloedcellen, die ontstaan uit stamcellen in het rode beenmerg. Ze ontwikkelen verder in het beenmerg tot B-lymfocyten of in de thymus tot T-lymfocyten.

    Lymfocyten uitleg

    Lymfocyten hebben specifieke kenmerken:

  • Lymfocyten zijn cellen, die op hun celmembraan speciale celreceptoren hebben. Deze celreceptoren kunnen zich hechten aan een stukje van de ziekteverwekker. Dit stukje, dat meestal een typisch eiwit op de buitenkant van de ziekteverwekker is, heet antigeen.
  • Elke lymfocyt heeft receptoren voor maar één soort ziekteverwekker, vandaar dat het immuunsysteem specifiek is. Er zijn vele miljoenen verschillende lymfocyten in je lichaam met ieder hun eigen antigeenreceptor.
  • Elke lymfocyt heeft rond de honderdduizend receptoren op zijn celmembraan.

    De lymfocyten zijn in twee groepen in te delen:

  • T-lymfocyten (T-cel)
  • B-lymfocyten

    T-lymfocyten

    Uitleg T-lymfocyten

    T-lymfocyten worden ook wel T-cellen genoemd. Dit zijn de cellen in het immuunsysteem die aangevallen worden door het HIV virus.

    Er zijn twee soorten T-lymfocyten:

  • T-helpercellen: Deze T-lymfocyten zorgen voor het opzetten van een immuunreactie.
  • cytotoxische T-cellen: Deze T-lymfocyten ruimen met virus geïnfecteerde of "zieke" cellen (zoals tumoren) op.

    T-helpercellen

    Als een macrofaag een ziekteverwekker heeft herkend en deze opgegeten heeft plaatst hij op zijn membraan de antigenen van de ziekteverwekker. Dit gebeurt in de algemene afweer. Als er zeer grote hoeveelheden van de ziekteverwekker aanwezig zijn die de algemene afweer met behulp van de macrofagen niet aan kan, dan zal een T-helpercel met zijn receptor zich binden aan het antigeen van de macrofaag. De macrofaag zal dan signaalstoffen (cytokinen) sturen naar de T-helpercel zodat deze ook cytokinen gaat produceren. Deze stimuleren de andere lymfocyten, de B-lymfocyten (humorale immuniteit) en de cytotoxische T-cellen (cellulaire immuniteit), met dezelfde antistoffen tegen het betreffende antigeen te delen. Deze zullen dan de ziekteverwekkers van dat antigeen snel kunnen opruimen omdat ze met grote aantallen zijn. De T-helpercel gaat zich ook delen zodat er zeer grote hoeveelheden cytokine kan worden afgegeven. Zo komt er een immuunreactie op gang zodat de ziekteverwekker snel kan worden opgeruimd.

    T-lymfocyten/cytotoxische T-cellen

    De taak van de T-lymfocyten is het opruimen van met virus geïnfecteerde of "zieke" cellen (zoals tumoren). Omdat de T-lymfocyten zich richten op cellen, wordt dit ook wel de cellulaire immuniteit genoemd. De T-lymfocyten ontstaan in het rode beenmerg, maar ontwikkelen verder in de thymus. Hierbij ontstaan miljoenen verschillende cellen. Deze hebben allemaal een andere receptor op hun celmembraan, waarmee ze geïnfecteerde lichaamseigen cellen kunnen herkennen. Deze T-lymfocyt moet dus lichaamseigen cellen kunnen herkennen en ook de lichaamsvreemde stoffen.

    T-lymfocyten 'gaan naar school' in de thymus

    Cellen die een receptor hebben waarmee ze lichaamseigen eiwitten kunnen vernietigen en zo het voortbestaan van gezonde (lichaamseigen) cellen bedreigen, worden in de thymus direct opgeruimd. Ook de cellen die niet in staat zijn lichaamseigen cellen te herkennen worden verwijderd. Je houdt dus alleen cellen over met receptoren die lichaamseigen cellen met lichaamsvreemde stoffen (antigenen) kunnen herkennen.

    De T-lymfocyten herkennen de ziekteverwekker aan het antigeen op het celmembraan van de zieke cel. Zodra hij de cel heeft herkend prikt hij de cel lek met het eiwit perforine. De cel sterft vervolgens af. Nadat de cel is afgestorven gaat de T-lymfocyt zich delen. Er ontstaan hierbij veel nieuwe T-lymfocyten voor dat antigeen die nieuwe ziekteverwekkers van dat antigeen kunnen aanpakken en T-geheugencellen voor een volgende besmetting.

    B-lymfocyten

    Uitleg B-lymfocyten

    Deze ontwikkelen zich volledig in het rode beenmerg. De B-lymfocyten dienen voor het bestrijden van bacteriën, virussen en andere ziektekiemen die vrij in bloed, lymfe of weefselvloeistof voorkomen. Ze doen dit met behulp van antistoffen.

    Als een B-lymfocyt zijn antigeen tegenkomt, hechten één of enkele receptoren er aan vast. Dit is het sein voor de B-lymfocyt om snel te gaan delen en veel plasmacellen te vormen. Deze plasmacellen gaan grote hoeveelheden antistof afscheiden in het bloed. De antistof bindt aan het antigeen tot een antigeen-antistof-complex. Hierdoor wordt de ziekteverwekker zichtbaar gemaakt voor de Fagocyten (de fagocyten kunnen niet alle ziekteverwekkers herkennen). Dit wordt door fagocyten opgeruimd. De antistoffen worden ook wel immunoglobulinen genoemd.

    Het geheugen van de afweer

    Als de ziekteverwekker verdwenen is, worden ook de plasmacellen opgeruimd. Er blijven echter specifieke B-geheugencellen aanwezig, die bij een volgende besmetting met hetzelfde antigeen, direct plasmacellen vormen, waardoor er dan na veel kortere tijd veel antistof aanwezig is. Je wordt dan meestal niet meer ziek. Je bent dus immuun voor deze ziekteverwekker. De aanwezigheid van antistoffen in het bloed kan worden aangetoond. Denk bijvoorbeeld aan seropositieve mensen. Dit zijn mensen die antistof tegen het HIV-virus in hun bloed hebben. Zo weet iemand dat hij AIDS heeft / krijgt.

    NB. Omdat dit proces zich richt op de ziekteverwekkers die zich vrij in lichaamsvloeistof bevinden, wordt dit ook wel humorale immuniteit genoemd (humor is Grieks voor vocht).


    Uw advertentie op Aids en HIV.nl? Mail naar postmaster@aidsenhiv.nl voor meer informatie
    Copyright © 2005-2011 Aids en HIV.nl by NimBius Internet Solutions All rights Reserved
    Deze website is ontwikkeld door en eigendom van NimBius Internet Solutions
    Vragen of opmerkingen omtrent Aids en HIV, neem contact op via onze contact pagina