Specifieke afweer
Fysieke barrière
De fysieke barrière vormt de grens tussen het inwendige en uitwendige milieu. Het is het eerste afweersysteem waar ziekteverwekkers mee in aanraking komen als zij het lichaam willen binnendringen. Het doel van de fysieke barrière is het er voor zorgen dat de ziekteverwekkers het lichaam niet kunnen binnendringen. Want als de ziekteverwekkers het lichaam niet in kunnen komen kunnen ze ook geen schade aanrichten. Het lichaam probeert de ziekteverwekkers buiten te houden door gebruik te maken van verschillende verdedigingslinies.
De huid
De huid zorgt ervoor dat ziekteverwekkers niet binnen kunnen komen. Immers de huid is een grens tussen het inwendige en het uitwendige milieu die geen stoffen van buitenaf het lichaam laat binnendringen. Dit omdat de hoornlaag een ondoordringbare laag dode cellen is en zich op de huid onschadelijke bacteriën bevinden die de schadelijke bacteriën verdringen. Ook bevat de huid talgkliertjes die talg produceren en deze talg belemmert de bacteriegroei en houdt de huid ondoordringbaar.
De huid
Longen en Darmen
De darmen en de longen zijn aan de binnenkant bekleed met slijmvliezen. Deze slijmvliezen vangen ziekteverwekkers op en worden vervolgens via de trilharen afgevoerd naar de keelholten. Het slijm in de slijmvliezen bevatten bacterie dodende stoffen waardoor deze zich niet verder in het lichaam kunnen verspreiden.
Speeksel
Speeksel bevat het enzym lysozym wat de celwanden van bacteriën afbreekt.
Maagzuur
Het maagzuur in de maag doodt veel bacteriën omdat deze slecht tegen een zuur milieu kunnen.
Algemene afweer
De algemene afweer is het deel van het afweersysteem wat allerlei soorten ziekteverwekkers kan aanpakken, dit in tegenstelling tot de specifieke afweer die zich maar op één ziekteverwekker kan concentreren. De algemene afweer kan zich dus richten op meerdere ziekteverwekkers maar kan ze niet allemaal compleet verwijderen omdat ze soms in te grote aantallen aanwezig zijn (infectieziekten). Deze kunnen alleen door de specifieke afweer worden bestreden. De algemene afweer werkt door middel van witte bloedcellen (leukocyten) die de ziekteverwekkers vernietigen. De witte bloedcellen gaan eerst op zoek naar de ziekeverwekkers om ze vervolgens te vernietigen op verschillende manieren. De algemene afweer werkt dus tegen alles wat lichaamsvreemd is.
Als er op het lichaam een wond bevind kunnen ziekteverwekkers daardoor binnendringen, immers de huid is daar opengescheurd en houdt deze ziekteverwekkers dus niet meer tegen. Als deze ziekteverwekkers in de wond komen gaan ze daar giftige stoffen afgeven. De mestcellen (leukocyten) die zich in de omgeving bevinden die beschadigd zijn door de wond gaan Histamine afgeven. Deze stof zorgt voor een plaatselijke verwijding van de bloedvaten en grotere doorlaatbaarheid van de haarvaten, waardoor meer "hulptroepen" door de wanden van de haarvaten naar de geïnfecteerde cellen kunnen worden aangevoerd. Door de vaatverwijding ontstaat de rode kleur en wat verdikking om een wond. De soort hulptroepen die komen hangen af van de soort ziekteverwekker wat het lichaam is binnengetreden:
Bacteriën en schimmels: Fagocyten
Deze hulptroepen worden aangetrokken door de signaalstoffen van de mestcellen. Ze veranderen van vorm om door de openingen in de haarvaten te komen. Vervolgens vallen de hulptroepen de ziekteverwekkers aan. De hulptroepen kunnen de ziekteverwekkers herkennen aan de antigenen. Dit zijn stofspecifieke eiwitten die zich op het celmembraan van de ziekteverwekker bevinden. De hulptroepen bevinden zich overal in het lichaam waardoor het mogelijk is dat waar de ziekteverwekker zich ook bevindt deze bestreden kan worden door een "hulptroep".
De "natural" killer cel
De "natural" killer cel heeft als doel het vernietigen van hele lichaamscellen die geïnfecteerd zijn door virussen of afwijken van de standaard zoals tumorcellen. Omdat virussen zich direct in de cel plaatsen zijn deze niet bereikbaar voor fagocyten, deze kunnen alleen bacteriën en schimmels doden. De "natural" killer cel herkent de zieke cel doordat er eiwitresten van het virus achterblijven op het celmembraan, de antigenen. Zodra hij de cel heeft herkend prikt hij de cel lek met het eiwit perforine. De cel sterft vervolgens af.
De Fagocyten
De Fagocyten kunnen we onderverdelen in monocyten/macrofagen en Granulocyten. Monocyten zijn witte bloedcellen die ziekteverwekkers kunnen vernietigen door ze op te eten. Zodra een monocyt uit de bloedsomloop treedt wordt het een macrofaag genoemd. Zodra de macrofaag de ziekteverwekker heeft herkend aan zijn antigeen vormt hij zich om de ziekteverwekker. Vervolgens laten de lysosomen hun enzymen los op de ziekteverwekker. De ziekteverwekker wordt afgebroken en de restanten worden afgestoten. De macrofaag kan nu een nieuwe ziekteverwekker gaan vernietigen. Een Granulocyt werkt hetzelfde, het enige verschil is dat deze maar één ziekteverwekker kan vernietigen omdat hij hierna zelf sterft.
Koorts
De lichaamstemperatuur wordt verhoogd tot bijvoorbeeld 39 graden Celsius, doordat het temperatuurcentrum een hogere normtemperatuur instelt. Door de hogere temperatuur gaan enzymprocessen sneller, waardoor de effectiviteit van de fagocytose verbetert.
Specifieke afweer
De specifieke afweer is het afweersysteem wat specifiek tegen één ziekteverwekker actief is. Bacteriën en virussen kunnen zich soms zeer snel vermenigvuldigen waardoor er een infectieziekte ontstaat. Als dit gebeurt, is de algemene afweer niet meer in staat de ziekteverwekker voldoende te bestrijden en komt de specifieke afweer in actie. Deze specifieke afweer richt zich dan alleen op die ziekteverwekker en is zo in staat deze te vernietigen. Er ontstaat namelijk een immuunreactie waardoor er heel snel heel veel ziekteverwekkerbestrijders worden aangemaakt waardoor de ziekteverwekkers snel kunnen worden opgeruimd.
De specifieke afweer maakt gebruik van Lymfocyten. Lymfocyten zijn witte bloedcellen, die ontstaan uit stamcellen in het rode beenmerg. Ze ontwikkelen verder in het beenmerg tot
B-lymfocyten of in de thymus tot T-lymfocyten.